Geheugen

Uit SynthWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Op deze pagina staan de verschillen tussen de soorten geheugen uitgelegd die in synthesizers en samplers gebruikt worden.

Inhoud

Edit buffer

Op het moment dat op een synthesizer de instellingen worden aangepast worden deze weggeschreven in een zogenaamde edit buffer - een klein stukje geheugen groot genoeg om de informatie over een enkele preset in op te slaan. Dit stelt de gebruiker in staat de aangepaste preset te vergelijken met de originele (op een synthesizer wordt de optie vaak "Compare" genoemd) om te kijken wat de originele instelling ook weer was.

Sommige synthesizers zoals de Waldorf Q hebben meerdere edit buffers. De gebruiker kan dan het volgende doen:

  • een preset oproepen
  • deze preset aanpassen
  • verder bladeren naar een andere preset
  • deze preset aanpassen
  • terugbladeren naar de eerste bewerkte preset
  • hier de door hem of haar bewerkte versie horen in plaats van het origineel.

Synthesizers zonder deze optie maken over het algemeen de edit buffer leeg; als er een preset aangepast wordt en er wordt verder gebladerd zijn alle wijzigingen verloren gegaan. Om dit tegen te gaan is het mogelijk een bepaalde geheugenplaats (of serie plaatsen) zelf te "reserveren" waarin bewerkte presets tijdelijk worden opgeslagen.

RAM

Deze afkorting staat voor Random Access Memory; geheugen wat vrij toegankelijk is en overschreven kan worden. Wel is het zo dat RAM "vluchtig" is - op het moment dat het apparaat uitgeschakeld wordt is de inhoud weg. In een sampler wordt dit type geheugen gebruikt om geluidsopnames in op te slaan; pas na het bewerken of programmeren wordt dit op een harde schijf gezet.

De inhoud van het RAM-geheugen kan in stand worden gehouden door middel van een batterij; als de batterij leeg is levert dit vaak problemen op met het opslaan of zelfs weergeven van presets; synthesizers met karakter-displays geven willekeurige tekens weer.

In enkele gevallen (zoals de Korg Polysix) kan de batterij zelfs een gevaar vormen; door een lek in de batterij kan de printplaat beschadigd worden, waardoor de synthesizer niet meer werkt.

ROM

Deze afkorting staat voor Read-Only Memory. Hierin wordt het OS van een synthesizer vaak in opgeslagen. Als het apparaat uit wordt gezet gaat de inhoud niet verloren; echter, deze kan ook niet meer overschreven worden (of het moet EEPROM zijn - Electrically Erasable and Programmable ROM). De samples van oudere drumcomputers waren ook in ROM "gebrand".

Nieuwere (voornamelijk virtueel-analoge) synthesizers hebben hun operating systeem op Flash-ROM staan, wat het bijwerken relatief makkelijk maakt. Eerdere updates moesten vaak door een service-centrum verzorgd worden die de chip zelf moesten verwisselen.

Opslag

Opslag van een geluid op een synthesizer gebeurt door de instellingen - dus niet hoe het klinkt, maar hoe het apparaat moet worden ingesteld - weg te schrijven naar een medium. Een overzicht van mogelijkheden wordt hieronder getoond.

Patch sheet

Patch sheet voor de ARP Odyssey.
Een gestyleerde tekening van de synthesizers waarbij de posities van de knoppen of schuiven aangegeven kunnen worden met potlood of pen. De moderne variant hierop is om een foto te nemen met een digitale camera van het bedieningspaneel.

Cassette

Sommige synthesizers hebben een cassette-uitgang (tape out). Door dit aan te sluiten op een cassettespeler en het signaal op te nemen kan het geheugen van een synthesizer worden weggeschreven (memory dump of bulk dump) naar de cassette. Het nadeel van het proces is wel dat het geheugen in een enkele keer wordt overschreven bij het terugzetten; het is niet mogelijk om aparte geluiden uit te kiezen om die te overschrijven.

Cartridge

Een cartridge is een blok met geheugen er in. Aan een uiteinde zitten een aantal koperen pinnetjes die contact maken met een slot in de synthesizer zelf. Cartridges hebben beperkte opslagcapaciteit; door gebruik te maken van bank-switching kan dit worden uitgebreid zonder dat het compatibiliteitsproblemen oplevert met de synthesizer.

Diskette

Er zijn verschillende formaten van diskettes - 5.25 inch, 3.5 inch (het meest gangbare), de 2.8 inch QuickDisk en de ZIP disk. Deze worden voornamelijk in samplers gebruikt om de samples op te slaan. Workstations gebruikten diskettes voornamelijk voor MIDI-bestanden en styles.

Flash-geheugen

SmartMedia flash-geheugen kaart.
Het voordeel van Flash-geheugen is het grotere formaat - 4 mb (1996) tot (momenteel) 16 gigabyte kan op een klein, duurzaam geheugenkaartje gezet worden. Een veel gebruikt voormaat was SmartMedia; tegenwoordig wordt vaak CompactFlash gebruikt. Voordeel van Flash kaarten is dat bestanden gemakkelijk met een computer kunnen worden uitgewisseld met behulp van een cardreader.

Harde schijf

De harde schijf wordt gebruikt voor samplers of de grotere workstations. Hierop kunnen de samples worden opgeslagen die gemaakt worden. Vaak is er een limiet aan de grootte en zijn de meeste samplers kieskeurig over het type van de harde schijf. De aansluiting gebeurt vrijwel overal door middel van SCSI, al zijn er samplers die ook het (bij consumenten meer voorkomende) ATA-formaat aankunnen.

Hardware
Hardware amplifier - arranger keyboard - audio interface - controller - drummachine - groovebox - keytar - MIDI-interface - mixer - monitor - patchbay - programmer - sampler - recorder - sequencer - signaalprocessor - synthesizer
Communicatie CV/Gate - DCB - DIN-sync - Firewire - MIDI - mLan - SCSI - USB
audio analoog - ADAT - AES/EBU - S/PDIF
aansluitingen banana - D-sub - DIN - jack - RCA - TOSLINK - XLR
overig bediening - geheugen - klavier - module

Persoonlijke instellingen